Lesbos

Vier weken op Lesbos

De wind is gaan liggen. De zon schijnt. Om 9 uur vertrekken we vanuit Mitilini naar het kamp een paar kilometer verderop. Als we binnenkomen melden we ons bij de Griekse politie. Naam, organisatie, tijd. En dan lopen we naar de container (alle NGO’s in het kamp hebben een of meerdere containers). Veel mensen zeggen gedag, veel kinderen zijn druk aan het spelen, met takken of stenen of niks. Een meisje poetst haar tanden bij de kranen op knie hoogte en zwaait alsof haar leven er vanaf hangt.

Na aankomst gaan Aron en ik op outreach. (Aankloppen bij mensen die op de lijst van pas aangekomenen staan om ze uit te nodigen voor de informatie sessie) Als er geen vertaler beschikbaar is verloopt de communicatie met behulp van een vertaal programma op de telefoon. Het is wat stroef maar niemand doet daar moeilijk over. De uitnodiging voor de info sessie over de procedure, de onzekerheid van mensen uit Syrie die maar niet weten wanneer er weer besluiten worden genomen, vragen over beroepsprocedures en het wachten op reisdocumenten, het komt allemaal langs. En steeds weer na het gesprek een vriendelijke lach. Er is connectie gemaakt, en dat merk je, heel veel mensen kennen de mensen van Fenix. Er wordt gelachen, gedag gezegd en even gevraagd hoe het gaat.

Als we terugkomen bij de container is er een meneer die duidelijk niet blij is. Het duurt te lang, hij kan niks doen. Een jongen komt langs die nog steeds geen reispapieren heeft, maar zijn vrienden allemaal al lang wel. De meesten zitten inmiddels in Athene. Marina loopt met hem mee naar de paspoort office, die ook in het kamp zit. Een andere meneer is duidelijk zenuwachtig. Zijn vrouw komt uit Sudan, voor mensen uit Sudan gaat de procedure snel. Hij komt uit een ander land, hij hoort maar niks. Ik typ een mailtje in het Engels voor hem voor de asielcommissie met de vraag om informatie. Iedere keer als eigenlijk de sessie afgelopen zou zijn komen er mensen met nog nieuwe vragen. De mensen van Fenix helpen iedereen met engelen geduld. Aan de officiele besluiten zelf kan Fenix niets doen, maar ze zorgen er wel voor dat mensen zo goed mogelijk voorbereid zijn, dat ze weten wat ze moeten doen bij het gesprek én wat ze moeten regelen als hun aanvraag wordt afgewezen. Fenix biedt ook een soort presentieplek voor de mensen die wachten. Een kop thee, koekje, aandacht, het helpt een beetje bij dat verschrikkelijke wachten.

Ik ben een paar ochtenden in de week manusje van alles. Theezetten, mailtjes typen, boodschappen doen en vooral luisteren. Ik ben hier niet aan het werk. Ik bemoei me ook niet met het beleid van Fenix. Ik ben hier op sabbatical en vrijwillig daar bij. Waar ik veel van leer. En daarnaast doe ik heel weinig. Waar ik ook veel van leer. En ik kan dingen als schrijven en nieuwe plannen verzinnen niet laten. Na vier weken lijkt Nederland heel ver weg. Dit is een soort wereld op zichzelf. Met de eigen traagheid en vriendelijkheid van een eiland waar ik.

..inmiddels Litza van het koffiezaakje vlak bij iedere dag even spreek en haar probeer af te leren mij kaneelkoekjes te geven.  En waar de mevrouw uit Somalie op krukken die me vraagt om een buskaartje vanuit het centrum van Mitilini naar het kamp vriendelijk lacht en ik een kaartje ga kopen. Geen gedoe over moet je dat wel doen? Nee, gewoon doen.

Ik krijg veel berichten dat mensen me moedig vinden om hier te zijn. Dat is niet zo Ik ben hier om na te denken, om inspiratie op te doen, en die dingen te doen die ik toch  blijk niet kunnen laten: schrijven, luisteren, leren, verzinnen. Dat is een voorrecht.

De mensen met moed dat zijn de mensen in het kamp. Die besloten huis en haard te verlaten. Met vreselijke vluchtverhalen. Die hier met hun kinderen zitten omdat een gevaarlijke oversteek over zee en aankomen in een kamp waar veel te weinig ruimte is te verkiezen was boven blijven. Zij zijn de dapperen, de mensen vol hoop, met in hun ogen het licht van vooruitkijken of de donkerte van dat niet meer kunnen. Organisaties als Fenix maken het verschil. Dat zie ik iedere dag weer.

Wil je bijdragen? Overmaken kan naar
NL40ABNA0138983186

T.n.v. Haella Stichting
ovv van:
Randen van Europa

Leven en Wachten in het Kamp op Lesbos

De eerste keer dat ik op Lesbos was, vorig jaar april, was ik me, waar ik ook was op het eiland, de hele tijd bewust van het kamp, het onrecht, de problemen.

Het voelde eigenlijk heel ongemakkelijk/verdrietig, een probleem op wereldschaal weggestopt aan de rand van een eiland. Een soort knagend gevoel ik mag het hier niet leuk hebben, ook buiten het kamp. Mag ik hier eigenlijk wel zijn of doe ik aan een soort gruwel toerisme?

En lopen door het kamp was vooral een confrontatie met mijn eigen onmacht en boosheid.

Als je ergens langer bent gaan beelden kantelen. Onmacht en boosheid blijven, en dat is bij vlagen akelig en confronterend.
Tegelijk voelt het kamp iedere dag meer als een microkosmos met zijn eigen ritme van  verschillende groepen mensen.  Met een groeiende groep bekende gezichten.  De mensen van Fenix, de vertalers, de mensen uit het kamp waarvan sommigen iedere dag langskomen met hun vragen en zorgen of soms gewoon voor een praatje. Je leert namen kennen, hoopt op goede uitkomsten.  Het wordt van iets groots en ongrijpbaars tot de werkelijkheid van mensen met naam en gezicht.

De Syriërs die eindeloos moeten wachten omdat alle procedures voor mensen uit Syrië zijn stilgelegd. De jongeren zonder begeleiding wiens procedure best ingewikkeld is. Mensen die eindeloos moeten wachten op een beslissing, en daarna op reispapieren en die zo graag weg willen. En die meneer in alleen zijn trui terwijl er nog steeds een ijzig koude wind waait.

Als we om 9 uur arriveren is hij er al met zijn dochtertje. Hij heeft weer een mail gekregen dat het nog even duurt en als hij binnen 15 dagen niks gehoord heeft hij nog maar eens moet mailen. Hij is er verdrietig van.

Maar dan, vlak voor we vertrekken,  gaat Arons telefoon. De positieve beslissing is er! Voor het hele gezin.

Nu begint het wachten op papieren en reisdocumenten. Zonder die laatste mogen ze zelfs het eiland niet af. En wat dan? Maar iedereen is blij. Eerste horde genomen.

Het kamp, alle kampen zijn nog steeds een schande, de gruwelijke wind van haat is nog steeds verschrikkelijk, en ik denk diep na wat en hoe ik, wij, nu kunnen doen om dat tij te keren.

Het antwoord ligt, denk ik, ergens in de verhalen van al deze mensen. Het gezicht geven, en namen. Het is alleen nog even zoeken hoe.

Een muur met graffiti op Lesbos
strand op lesbos
lente

Het Dubbele Leven van LHBTQ+ Vluchtelingen

“Ik leef altijd twee levens, het deel dat ik verberg eet me op”. Veel duidelijker kan het niet worden samengevat. Een queer jongen die zijn hele leven zijn identiteit heeft moeten verbergen vertelt over hoe ingewikkeld het is. In het eigen land niet mogen zijn wie hij is en hier moet het opeens op tafel in het  asielgesprek. En dan in het kamp wonen in een huis met 8 andere mannen waarvan hij niet weet hoe zij tegen mensen als hij aankijken. 

Wat feiten. De lgbt mensen in het kamp zijn de mensen die het meeste kans lopen getraumatiseerd te zijn, hebben bijna allemaal seksueel geweld meegemaakt, velen zijn gemarteld en slachtoffer geworden van mensenhandel en hebben allemaal een leven waarin ze niet konden laten zien wie ze zijn achter de rug.  Maar ze worden niet erkend als extra kwetsbaar.  Dat betekent dat er in het kamp geen safe-houses zijn en er geen extra bescherming is. Om een idee te geven: de percentages van het mee hebben gemaakt van seksueel geweld tegen homo mannen liggen 3 keer hoger dan van andere mensen. 

Omdat ze allemaal uit landen komen waar lgbt zijn gecriminaliseerd is is het voor hen vaak moeilijk te geloven dat het in Griekenland legaal is. Als je een leven lang bang hebt moeten zijn voor de staat, de politie en uberhaupt andere mensen is het ingewikkeld hier dan opeens het vertrouwen te vinden om hier open over te praten. “I have always felt it is not ok to talk about it. That is dangerous” Maar hier aangekomen moet het wel anders krijg je, zeker als je komt uit een zgn “safe country” zeker geen status als vluchteling.  Een safe country is een land dat niet in het rijtje van zgn gevaarlijke landen staat, en waar je een heel sterk en persoonlijk verhaal voor moet hebben om toch een status te krijgen.  En juist voor mensen die zo sterk eigenlijk onzichtbaar hebben moeten zijn, is laten wie ze werkelijk zijn  ongelofelijk moeilijk.  “Een meneer vertelde dat hij pas hier ontdekte dat hij niet de enige ter wereld was die homo is” 

Maar daar houden de problemen niet mee op. In een soort container belanden met 8 andere mensen  is voor iedereen een probleem. Ik kreeg er gisteren een glimp van te zien. De “huisjes”, soort containers, zijn donker, kaal, verre van schoon en veel te klein voor 8 of meer mensen die elkaar niet kennen.  Stel je even voor dat je uit Nederland moet vluchten, je belandt in een kamp, wordt in een container met 7 onbekenden gestopt, het is koud en vies, er is te weinig eten, je hebt geen geld, en je bent overgeleverd aan een systeem dat je niet als mens ziet. Je kunt elke dag worden verplaatst, je moet wachten en hebt geen idee wanneer er iets gebeurt. Dat is voor iedereen al genoeg om depressief van te worden. Tel daarbij op dat je een enorme en gevaarlijke reis achter de rug hebt. Dat daarvoor ook van alles is gebeurd en je komt dan in container terecht waar je niet voor wie je bent kan en durft uit te komen. 

Maaike en ik dromen van een safe house voor deze groep. “Als ze in de stad wonen, eindelijk een ruimte hebben waar ze tot zichzelf kunnen komen, dat verandert alles”.  Omdat niemand zich zou moeten hoeven verdedigen tegen de gedachte dat ze een monster zijn. 

Is er geweld in het kamp tegen hen? Ja, zoals in elke situatie waar te veel mensen in een te kleine ruimte in een uitzichtloze situatie bij elkaar zitten lopen ook hier de spanningen wel eens op. En de ene groep is daarin meer kwetsbaar dan de andere.  Dat betekent niet dat alle mensen homofoob zijn. Dat betekent ook niet dat iedereen gewelddadig of crimineel is.  Het is eerder een wonder dat in situaties als deze niet veel meer geweld is.  Dat mensen die desparaat zijn omdat hun procedure zo lang duurt niet allemaal aan zelfverminking doen, of uit frustratie dingen gaan doen die niet verstandig zijn.  Het valt me steeds op hoe vriendelijk mensen zijn. Hoe je door het kamp kunt lopen en eigenlijk met zijn allen de schijn van beschaving ophoudt. Simpelweg omdat het anders niet uit te houden is.  Je kunt niet elke seconde denken “oh wat erg” of uitzoomen naar de vluchtelingen problematiek op wereldschaal, want dan slaat de verlamming toe. En dus zie je hoe en de bewoners van het kamp en de organisaties er het beste van proberen te maken. En laat er geen misverstand over bestaan : dat beste is helemaal niet goed. 

Dit zijn de randen van de beschaving, hier houdt het op In een situatie die niets meer met beschaving van doen heeft zie je ook hier hoe mensen ondanks alles zelf de beschaving hoog houden.  En telkens weer vind ik dat een enorm wonder. En telkens weer laat het zien dat we mensen op de vlucht niet moeten zien als alleen maar zielig, als één dimensionaal in identiteit, maar gewoon als mens. Die recht heeft op een plek in de zon, net als jij en ik.

Fenix – Humanitarian Legal Aid
Haella Stichting
Maaike Vledder (she/her)

Lesbos

Lesbos in de Kou: Wachten op Hoop in een Onmenselijk Systeem

Het is een soort les in nederigheid. Het kamp op Lesbos ligt pal aan zee en het is vandaag ijs en ijs koud met kille regen, alles doorzevende wind. Mensen op slippers en in jassen die niet berekend zijn op dit soort ijzige kou. Maar meer nog is het het realiseren waar deze mensen allemaal doorheen moeten. Wachten, een gesprek, weer wachten.

Hoe moeilijk kan het zijn zou je je kunnen afvragen maar de man uit Afghanistan met klein meisje op zijn arm, de moeder met de pasgeboren baby, de man met intens blauwe ogen uit Syrië zijn hier allemaal gekomen in de hoop op beter. En dat is hier niet. En het gegeven dat dat er straks voor de meeste mensen ook niet is, is echt emotionele hersengymnastiek voor iedereen hier.

Wat me het meest treft vandaag is de realisering hoe het onmogelijke aan abstractie wordt gevraagd van mensen bij het vertellen van hun verhaal aan het begin van hun procedure. Consistent en met details, als een soort gruwel porno. Hoe akeliger hoe beter. In de wetenschap dat hoe akeliger een ervaring is hoe moeilijker het is om te vertellen zitten ze al in een soort catch 22 voor ze begonnen zijn. En die man met blauwe ogen heeft hoop maar zijn verhaal is waarschijnlijk niet akelig genoeg, alle procedures uit zijn land staat on hold en je zag hem afdwalen tijdens het gesprek. En dat is zo logisch.

En wat ik de wereld het liefst toe zou willen roepen is dat het allemaal aardige mensen zijn, die je overal tegen zou kunnen komen, die je buren zouden kunnen zijn. Die lachen of totaal verdrietig weglopen. Die verloren in een systeem hun dromen zien vervliegen. En het is vandaag zo gruwelijk koud.

Gelukkig zijn er dan mensen als Aron die me toevertrouwt waar hij zijn hoop vandaan haalt en die vriendelijk en duidelijk is over wat Fenix wel en niet kan bieden. Dat is zo belangrijk. En Lily die met liefde en aandacht de hele uitleg geeft over de procedure. Bij beide voel je dat wat de wereld zo nodig heeft: liefde voor mensen. Zo simpel is het denk ik echt.

Het liefst zou ik een aantal mensen hier naar toe slepen en zeggen: kijk, kijk eens heel goed. Zo doe je dat, de wereld een veilige plek maken voor iedereen. Hier bij Fenix doen ze dat. Een glimp van de zon door een donker wolkendek heen.

Hierbij een eerste filmpje met Aron, ook uit Nederland, die heel in het kort uitlegt wat Fenix in het kamp doet. Fenix doet nog veel meer. Er zullen nog meer filmpjes volgen.

Fenix – Humanitarian Legal Aid Lily Davies Aron Bosman Maaike Vledder (she/her) Haella Stichting