Ik zou zo graag een hoopvol verhaal schrijven. Zo één waar je je aan op kan trekken. Waar je je aan kan laven als je het even niet meer ziet, hoe dat nou verder moet deze wereld. Dat je kunt lezen in de lentezon en met de eerste bloeiende bomen om je heen.
Ik zou zo graag zeggen: het komt goed. Ooit dringt door hoe we elkaar nodig hebben. Hoe er ruimte zat is voor iedereen. Hoe mooi en leuk het is om keer op keer een ander te ontmoeten die in niets op je lijkt te lijken tot de je ontdekt dat dat niet waar is. Hoe we ten diepste gelijk zijn.
Ik zou zo graag boze mannen die besluiten nemen die gewoon, ik zeg het maar hardop, misdadig zijn, evil, zien verdwijnen. Want wat ze ook zeggen en doen, het breekt, slaat kapot, is onaanvaardbaar.
Ik zou zo graag dat niemand hoeft te vluchten om wat voor reden dan ook. En als het dan moet en je komt hier aan, dat je dan welkom wordt geheten. Welkom, rust uit van je gevaarlijke reis. En niet zoals nu hoogzwanger met kinderen en man en nog een gezin met een baby in een vieze volle container wordt gestopt.
Ik zou zo graag dat het iedereen kan schelen. Kan schelen wat er gebeurt.
Ik zou zo graag willen dat we allemaal niet alleen heel veel vinden, schrijven, uitspreken, maar vooral veel doen.
Want als we massaal gaan doen, zeggen dat dit zo niet kan, zo niet mag.
Dan houden we de hoop levend.
Als we kijken naar de mensen die het gewoon gaan doen, of het nu hier is op Lesbos of in Nederland of waar dan ook, en dan zelf zeggen: hé wat kan ik doen?
Dan, ja, dan is er een hoopvol verhaal. Want daar begint het. Daar is de basis. In die ene vraag: wat kan ik doen? En dat dan gaan doen. Alleen of samen. Soms met de moed der wanhoop. Maar toch. Dan begint er iets,
Tussen de bloeiende bomen in de lentezon.
met Luiza Vinhal,Lily Davies