“Ieder jaar verdrinken er meer mensen bij het oversteken van het Kanaal. In 2024 net zo veel als in de zes jaar daarvoor samen”
We zijn in Calais. Een stad met 76.000 inwoners en 1200 politiemensen. Een stad waar iedere 48 uur een krankzinnige politie overmacht de plekken waar mensen slapen vernielt.
Pesten is dat. Kwaadaardig treiteren. Verontmenselijken. Rot op, ga weg.
Een stad waar iedereen zonder papieren dakloos is. Een stad waar mensen hoop verliezen.
Aan het eind van de middag staan we op een groot terrein. Er wordt gevoetbald. Twee jongens zitten naast de watertank, die net door de organisatie waarmee we hier zijn bij gevuld is, en wassen hun schoenen. Twee jongens kijken naar het voetballen. Aron trapt een balletje met Gabriel. Die is zo jong dat het pijn doet. Op het terrein staat een enorme keet, daarin staan tenten en slapen 400 mensen.
De was wappert aan het prikkeldraad. Een wrang beeld van hoop en wanhoop in één.
Alles wat je hier ziet is een gelaagde werkelijkheid. Dingen zien, weten wat je niet ziet, en waar je voelt dat als je je verplaatst in die jongen wiens ogen oplichten als hij met een veel te zachte bal voetbalt je dingen voelt die je helemaal niet wil voelen, te veel gehoord, gezien, meegemaakt. Nog zo jong, jonger dan mijn eigen jongens.
Het blijft raar, overdag in deze gekte rondlopen, dat gaat best. Maar dan s avonds in de hotelkamer daalt het besef in wat ik eigenlijk gezien heb. En dan denk ik aan 95 amorele kamerleden en 1200 politiemannen die zinloos vernielen, en deze jongens die gewoon mens zijn net als jij en ik maar hier veroordeeld zijn tot leven tussen de troep, tot nergens welkom zijn.
Stel je eens voor hoe dat moet voelen.
De wereld is stuk. Ik kan het niet anders benoemen. Als we overal niks beters kunnen verzinnen dan mensen wegmeppen, boten lek steken, ja dat gebeurt hier ook, sterker nog hier mag dat (in shallow water), keihard iedere 48 uur hun spullen vernietigen, het is onmenselijk. En het wordt alleen maar erger.
Normaal zou ik nu een lofrede beginnen op de organisaties hier. En die verdienen dat ook, want wat een lef en moed om hier tegen de klippen op mensen te voorzien van water, eten, electra, kleren, omdat ze dat anders NIET hebben.
Maar vandaag loopt walgelijke Nederlandse wetgeving parallel aan walgelijke Franse realiteit. Dat maakt onuitsprekelijk verdrietig.
Het is onaanvaardbaar.
Punt.
Lianne Engelkes Manou Zonderland 🌎🌍🌏 Aron Bosman Dirk Kome Bart Driessen Haella Stichting Fred Foundation