Grenzen van menselijkheid: wat ik zag in Griekenland

Rob en collega’s

De afgelopen twee weken was ik in Griekenland. Op bezoek bij onze partnerorganisaties die de laatste glimpen van menselijkheid laten zien in een wereld die voor mensen op de vlucht dat niet meer is, niet meer menselijk.

Nu heb ik in mijn leven veel ellende gezien op deze wereld. Wat dit anders maakt is dat ik inwoner ben van een land die deze ellende ondersteunt. Die dat goed vindt.

Want nee, Rob, het gaat niet om een enkel geval waar het fout gaat. Systematisch worden mensenrechten geschonden. Een zin in een beleidsnota dat dat niet mag betekent niet dat het niet gebeurt. Want het gebeurt wel. En op grote schaal.

Ik zou je het liefst mee willen nemen op mijn volgende reis. Dan gaan we praten met de jongen die moest vluchten uit zijn land, een helse tocht met verschrikkelijke ervaringen maakte, de zee overstak. Bij aankomst wilde de Griekse kustwacht de boot terug de zee in duwen. (dat gebeurt op zeer grote schaal, het bewijs is er te over, kun je Griekenland daar eens op aanspreken?). De jongen hield een baby omhoog die ook op de boot was en zei : Niet doen!  Ze deden het niet maar arresteerden hem en riepen dat hij een smokkelaar was. Dat is hij niet. Duizenden mensen zitten in Griekenland gevangen op beschuldiging van mensensmokkel die dat helemaal niet zijn. (kun je de Griekse overheid daar ook op aanspreken).

Dan gaan we ook proberen te gaan praten met de mensen die eergisteren nacht in een van de kampen op de eilanden van hun bed werden gelicht door de politie en gearresteerd. Hun aanvraag was voor de tweede keer afgewezen. Ze kunnen nu twee jaar in de gevangenis worden gehouden. Terwijl hun termijn nog helemaal niet verstreken was.

En we gaan op bezoek bij de organisaties die zich inzetten voor mentale gezondheid. Want 50% van de mensen die daar komen hebben suicidale gedachten.  Vreselijke dingen meemaken en dan niet welkom zijn en in een vies kamp worden gestopt en dan wachten, er zit een grens aan wat mensen aankunnen.

Ik kan je vermoeien met een essay over de juridische, staatsrechtelijke en feitelijke dwalingen waarmee het debat over migratie wordt gevoerd. Over cijfers die niet kloppen, maar vooral over het liegen dat maar doorgaat en waarmee onmenselijke maatregelen worden gelegitimeerd.

Dat doe ik niet. Ik doe een beroep op jouw menselijkheid. Er gebeuren dingen aan de randen van Europa die het daglicht niet verdragen. Kinderen die aankomen op de kust van Griekeland en naakt in een rubberboot de zee worden opgezet. Gemaskerde mannen die boten terugduwen of laten zinken.  Straffeloos.

Zeggen dat mensenrechten moeten worden gerespecteerd maar niemand ter verantwoording roepen, het terzijde schuiven van kilometers bewijs, ik kan en wil dat niet begrijpen. Ooit waren we we een land waar mensenrechten hoog in het vaandel stond, waar we ons internationaal voor inzetten. Nu doen we mee aan de Europese wedstrijd wie het meest akelige asielbeleid kan maken.

Ga een keer met ons mee en luister.

Rob Jetten

Wij hebben deze verhalen uit de praktijk zo hard nodig!

Acht vertegenwoordigers van Ambassades, de EU, UNHCR, IOM luisteren naar de ervaringen van 23 kleine grassroots NGO’s uit heel Griekenland, die zich inzetten voor vluchtelingen in Griekenland.  Een unieke bijeenkomst want kleine NGO’s hebben niet veel toegang tot ambassades en andersom spreken vertegenwoordigers nooit zoveel NGO’s die met hun voeten in de modder staan tegelijk. “ Wij nemen de risico’s om de enorme gaten die Griekenland en de EU laten vallen op te vullen” zegt één van de NGO’s. En die risico’s zijn de afgelopen jaren steeds groter geworden. De roep én de wetgeving om criminalisering neemt toe.

Een wrang voorbeeld daarvan zijn de “boot rechtszaken”Als een boot aankomt gaat de politie op zoek naar de bestuurder. Die wordt gearresteerd en beschuldigd van mensensmokkel. Maar mensensmokkelaars zitten niet op de bootjes!  Na arrestatie wacht een ultrakorte rechtszaak. Duizenden mensen zitten onterecht vast in Griekse gevangenissen.

We zijn te gast op de residentie van de Nederlandse Ambassadeur in Griekenland. Heel bijzonder dat we daar elkaar kunnen ontmoeten en er ook vertegenwoordigers van andere ambassades zijn uitgenodigd. En het is zo’n dag waarin iets gebeurt dat je niet kan plannen of regelen, maar wat het wel heel erg bijzonder maakt.

Deze NGO’s, hebben naast gevaar van criminalisering te maken met teruglopende inkomsten, opeens toegang verliezen tot het kamp waar ze werken, en worstelen met wat ze nog kunnen doen of zeggen zonder mensen of de organisatie in gevaar te brengen.

Naarmate de dag vordert, verandert de sfeer. De initiële spanning verdwijnt, open en eerlijk wordt gedeeld en gewerkt aan het rapport dat we maken voor ambassades en anderen over de effecten van die wetgeving. De verhalen grijpen op elkaar in, komt er een beeld naar voren dat hartverscheurend is, wat boos maakt en verdrietig. Maar ook inspirerend, deze mensen doen het. Die doen wat er echt toe doet. Ondanks angst ondanks gevaren.

Twee werelden ontmoeten elkaar. Twee werelden die zich moeten verhouden tot een discours waarin gesproken wordt over mensenrechten, maar het vasthouden daaraan vaak een illusie blijkt. Twee werelden die elkaar niet kenden maar waar toch iets van bondgenootschap ontstaat. Volgend jaar op de Franse Ambassade grap ik tegen een Franse diplomaat, “Dat lijkt me goed plan” zegt hij.

“Ik was heel sceptisch over deze dag zegt één van de deelnemers, maar dat bleek zo onterecht” “Ik hoop dat jullie beseffen wat een enorme impact jullie met deze dag gecreëerd hebben, schrijft een ander.

Het is onmogelijk om de rijkheid van deze dag samen te vatten, merk ik. Dat gebeurt verder in het rapport wat we deze week afronden.

Met grote dank aan de Nederlandse ambassadeur in Athene en aan Cees Van Beek, eerste secretaris. Een dag waarin mensen elkaar ontmoeten, strategieën en ervaringen delen, maar vooral zich gezien weten, is van onschatbare waarde om het vol te houden.

vluchtelingen

AU

“Ieder jaar verdrinken er meer mensen bij het oversteken van het Kanaal. In 2024 net zo veel als in de zes jaar daarvoor samen”

We zijn in Calais. Een stad met 76.000 inwoners en 1200 politiemensen. Een stad waar iedere 48 uur een krankzinnige politie overmacht de plekken waar mensen slapen vernielt.
Pesten is dat. Kwaadaardig treiteren. Verontmenselijken. Rot op, ga weg.

Een stad waar iedereen zonder papieren dakloos is. Een stad waar mensen hoop verliezen.

Aan het eind van de middag staan we op een groot terrein. Er wordt gevoetbald. Twee jongens zitten naast de watertank, die net door de organisatie waarmee we hier zijn bij gevuld is, en wassen hun schoenen. Twee jongens kijken naar het voetballen. Aron trapt een balletje met Gabriel. Die is zo jong dat het pijn doet. Op het terrein staat een enorme keet, daarin staan tenten en slapen 400 mensen.

De was wappert aan het prikkeldraad. Een wrang beeld van hoop en wanhoop in één.

Alles wat je hier ziet is een gelaagde werkelijkheid. Dingen zien, weten wat je niet ziet, en waar je voelt dat als je je verplaatst in die jongen wiens ogen oplichten als hij met een veel te zachte bal voetbalt je dingen voelt die je helemaal niet wil voelen, te veel gehoord, gezien, meegemaakt. Nog zo jong, jonger dan mijn eigen jongens.

Het blijft raar, overdag in deze gekte rondlopen,  dat gaat best. Maar dan s avonds  in de hotelkamer daalt het besef in wat ik eigenlijk gezien heb.  En dan denk ik aan 95 amorele kamerleden en 1200 politiemannen die zinloos vernielen, en deze jongens die gewoon mens zijn net als jij en ik maar hier veroordeeld zijn tot leven tussen de troep, tot nergens welkom zijn.

Stel je eens voor hoe dat moet voelen.

De wereld is stuk. Ik kan het niet anders benoemen. Als we overal niks beters kunnen verzinnen dan mensen wegmeppen, boten lek steken, ja dat gebeurt hier ook, sterker nog hier mag dat (in shallow water), keihard iedere 48 uur hun spullen vernietigen, het is onmenselijk. En het wordt alleen maar erger.

Normaal zou ik nu een lofrede beginnen op de organisaties hier. En die verdienen dat ook, want  wat een lef en moed om hier tegen de klippen op mensen te voorzien van water, eten, electra, kleren, omdat ze dat anders NIET hebben.

Maar vandaag loopt walgelijke Nederlandse wetgeving parallel aan walgelijke Franse realiteit. Dat maakt onuitsprekelijk verdrietig.

Het is onaanvaardbaar.
Punt.

Lianne Engelkes Manou Zonderland 🌎🌍🌏 Aron Bosman Dirk Kome Bart Driessen Haella Stichting Fred Foundation

samos

Storm op Samos

Het is misschien goed dat het nooit went: die dingen die zo niet zo moeten zijn dat ze een knoop in je maag en een verdriet in je hoofd nalaten. Omdat het dwingt om te zoeken naar oplossingen.

Op Samos waait een stevige storm. Het eiland is ruiger dan Lesbos met minder inwoners. Maar wel een groeiend aantal mensen op weg naar een (droom van) toekomst. Een groot kamp, 1,5 uur lopen van de stad dat er werkelijk uitziet als gevangenis. Zeker voor de vele kinderen een akelige plek.  Overal ligt afval, op de containers waar mensen wonen zitten geen sloten, gebouwd op een plek met een groot water probleem is, geen licht bij het sanitair, geen was mogelijkheden en politiegeweld. Dat laatste is in alle kampen maar er wordt uit angst weinig over gepraat.


We mogen er niet in. Er zijn hier weinig NGO’s, en degene die wij bezoeken hebben geen toegang. Mensen mogen wel het kamp uit, maar dat betekent lange rijen en strenge controle

Het kamp lag eerst op een berg aan de stad. Dat leverde veel onvrede op bij de lokale bevolking met het oog op het toerisme. Een paar jaar geleden is het verplaatst. Het nieuwe kamp was bedoeld voor 2400 mensen, opeens werd het aangemerkt voor 3600, regelmatig zitten er meer. Ondanks de grote getallen zijn er weinig hulporganisaties actief. Ze kunnen het kamp niet in, alle organisaties hebben een financierings probleem, dus zomaar uitbreiden is lastig.

Dat hulp nodig is staat buiten kijf. We spreken een juridische organisatie die mensen in en na de procedure bijstaat en een organisatie die de broodnodige ruimte biedt om aan sfeer in het kamp te ontsnappen. Een community centrum waar mensen Engels kunnen leren, maar ook kinderen kunnen spelen, vrouwen een eigen plek hebben. “Mensen hebben een plek om te ontspannen nodig, even weg uit die gevangenis achtige omgeving” zegt Dalia van Samos Volunteers die tegenover het kamp Alfa Land hebben gebouwd. Vrolijk, fleurig en zelfs op deze extreem winderige dag een plek waar mensen graag komen om zich mens te voelen.

Grootste ontbrekende zorg is mentale gezondheid. De cijfers van mensen die verhandeld, verkracht of anderszins gemarteld zijn hoog. Op Lesbos is daar enige aandacht voor bijv door BRF, maar hier nauwelijks, door het ontbreken van aandacht hiervoor door de Griekse overheid, en zoals gezegd het lage aantal NGO’s.

Lianne en ik worden er treurig van. Iets anders kan ik er niet van maken. Zo met mensen omgaan, het slaat gewoon nergens op. De al dagen over het eiland razende storm maakt het er niet beter op.

Maar, ook nu, zijn het de mensen die tegen alle verdrukking in proberen het allernoodzakelijkste te doen, die met ons hun plannen, hoop en wanhoop delen, die met een onuitputtelijke drang dat doen wat nodig is, die het voorbeeld geven.

En ik peins verder over het vinden van geld voor deze organisaties. Omdat het moet, deze bewakers van humaniteit ondersteunen terwijl de wereld waarin ze werken alsmaar donkerder wordt. Ze laten het gewoon niet gebeuren. Wij ook niet.

samos
samos