In de regen wachten op menselijkheid

Duinkerke 9 juni 2026

Het regent hard als we aan komen rijden met Refugee Women Center. Vrouwen staan in een rij. Een paar twijfelen over schuilen. Maar veel plek om te schuilen is er niet. “Blijf in de rij staan, anders ben je je plek kwijt” roept iemand naar een paar anderen. Ze staan dicht op elkaar. Sommigen houden elkaar vast.

Het regent nog steeds als we de gazebo opzetten. En de rij wordt intussen langer. Een aantal vrouwen loopt uit de rij om te helpen, en gaat dan weer snel terug.

Naast deze plek is Project Play met kinderen aan het spelen onder een afdakje. Ze kleuren, puzzelen, spelen. Kleine kinderen. Die vannacht misschien wel of misschien niet in een tent slapen. Zij dartelen rond. Even iets luchtigs. Hun moeders staan in de rij voor een tent.

Maar verder is hier niets luchtigs aan. Helemaal niets. Echt niets.

Terwijl boze mensen in Nederland roepen dat dit criminelen zijn, maar zelf brand stichten en daarna naar huis gaan, staan hier mensen in de rij om vannacht niet in de buitenlucht te hoeven slapen. Spelen kinderen op een uitzichtloze plek. Even.

Deze mensen, die nog kunnen lachen, elkaar ook helpen, waar soms de boosheid de overhand krijgt en soms verbazingwekkend juist niet, staan in de rij voor een tentje. Een deken.

Stel je voor dat je in de rij staat. Het opzet op een plek waar niets is. En morgen trekt de politie het stuk.

Op deze plek breekt je hart in 1000 stukken. Omdat mensen worden gereduceerd tot niet-mensen. Omdat het een zinloos verlies van miljarden is om mensen steeds weer alles te ontnemen.  Een eindeloze cirkel die zegt : jij bent minder dan niets waard.

En nee, het schrikt niet af. De getallen worden niet minder, en zullen dat ook niet worden zolang oorlogen worden aangemoedigd, bombardementen worden gesteund. Zolang alle landen zeggen : wij moeten jullie niet.

Het enige wat in deze hel moed geeft zijn de mensen die elkaar helpen, dat zijn de organisaties maar ook de mensen zelf. Maar was me dat vroeger genoeg. Dat is niet meer zo.

We scheppen een wereld waar de ondergang van mensen doel is.

Deze wereld lijdt niet alleen onder een gebrek aan empathie, maar ook aan verbeeldingskracht. Verbeelding hoe deze menen vertrapt worden wanneer er cijfers om grip te krijgen worden gebezigd. Verbeelding om te zien hoe dit allemaal ook anders kan.

Een klein jongetje met een zelfgekleurd maskertje op wil me bang maken. We moeten allebei hard lachen. Vannacht slaapt hij in een tentje, of niet. Het waait te hard dus niemand vaart.

In vredesnaam, steun deze organisaties die uit alle macht proberen om te zorgen voor de laatste glimpen van menselijkheid. Als die er niet meer zijn, is de hel compleet. Dan is er geen drinkwater, geen tent, geen deken, geen hulp, geen kleren. En zolang Europa opschuift naar extreem rechts, is van de overheid geen heil te verwachten. Dan is het domweg aan mensen van goede wil en dus ook aan jou en mij.

https://lnkd.in/eH7rCyy7

vluchtelingen

AU

“Ieder jaar verdrinken er meer mensen bij het oversteken van het Kanaal. In 2024 net zo veel als in de zes jaar daarvoor samen”

We zijn in Calais. Een stad met 76.000 inwoners en 1200 politiemensen. Een stad waar iedere 48 uur een krankzinnige politie overmacht de plekken waar mensen slapen vernielt.
Pesten is dat. Kwaadaardig treiteren. Verontmenselijken. Rot op, ga weg.

Een stad waar iedereen zonder papieren dakloos is. Een stad waar mensen hoop verliezen.

Aan het eind van de middag staan we op een groot terrein. Er wordt gevoetbald. Twee jongens zitten naast de watertank, die net door de organisatie waarmee we hier zijn bij gevuld is, en wassen hun schoenen. Twee jongens kijken naar het voetballen. Aron trapt een balletje met Gabriel. Die is zo jong dat het pijn doet. Op het terrein staat een enorme keet, daarin staan tenten en slapen 400 mensen.

De was wappert aan het prikkeldraad. Een wrang beeld van hoop en wanhoop in één.

Alles wat je hier ziet is een gelaagde werkelijkheid. Dingen zien, weten wat je niet ziet, en waar je voelt dat als je je verplaatst in die jongen wiens ogen oplichten als hij met een veel te zachte bal voetbalt je dingen voelt die je helemaal niet wil voelen, te veel gehoord, gezien, meegemaakt. Nog zo jong, jonger dan mijn eigen jongens.

Het blijft raar, overdag in deze gekte rondlopen,  dat gaat best. Maar dan s avonds  in de hotelkamer daalt het besef in wat ik eigenlijk gezien heb.  En dan denk ik aan 95 amorele kamerleden en 1200 politiemannen die zinloos vernielen, en deze jongens die gewoon mens zijn net als jij en ik maar hier veroordeeld zijn tot leven tussen de troep, tot nergens welkom zijn.

Stel je eens voor hoe dat moet voelen.

De wereld is stuk. Ik kan het niet anders benoemen. Als we overal niks beters kunnen verzinnen dan mensen wegmeppen, boten lek steken, ja dat gebeurt hier ook, sterker nog hier mag dat (in shallow water), keihard iedere 48 uur hun spullen vernietigen, het is onmenselijk. En het wordt alleen maar erger.

Normaal zou ik nu een lofrede beginnen op de organisaties hier. En die verdienen dat ook, want  wat een lef en moed om hier tegen de klippen op mensen te voorzien van water, eten, electra, kleren, omdat ze dat anders NIET hebben.

Maar vandaag loopt walgelijke Nederlandse wetgeving parallel aan walgelijke Franse realiteit. Dat maakt onuitsprekelijk verdrietig.

Het is onaanvaardbaar.
Punt.

Lianne Engelkes Manou Zonderland 🌎🌍🌏 Aron Bosman Dirk Kome Bart Driessen Haella Stichting Fred Foundation

Grenzen dicht doodt

Ik wilde vannacht een post schrijven dat grenzen dicht gelijk staat aan moord. Wat ook zo is, al is het een ongemakkelijke waarheid. Dat grenzen dicht het verlies is van elke humaniteit. Dat grenzen dicht onmenselijk is. Maar het hoeft niet meer. Niet vandaag.

Moge de komende maanden de roep om humaniteit en rechten zo hard klinken dat geen partij zich meer op deze manier uit spreekt en beweert dat de problemen in Nederland de schuld zijn van een handjevol mensen op de vlucht voor oorlog en geweld. Want dat zijn die asielzoekers. Nog geen 40.000 per jaar. Zij zijn niet schuldig. De mensen die hen de schuld geven wel, aan zondebokken zoeken, aan weglopen voor echte problemen, aan propageren dat wij beter zijn, meer rechten hebben, omdat we toevallig hier geboren zijn.

moedeloosheid-wat-te-doen

Wat te doen bij moedeloosheid?

Sinds ik terug ben uit Lesbos heb ik veel mensen gesproken en ook toegesproken op diverse bijeenkomsten. Ik vind dat belangrijk en ook fijn om verhalen te vertellen en wat ik zie te delen.

Wat ik dan vaak zie is de grote moedeloosheid en het verdriet van mensen over wat er gaande is. En of ik nou vertel over de hel aan de randen van Europa of over kleine projecten in Nederland, er klinkt vaak: ik wist dit niet. Niet dat dit gaande is. En niet hoe groot de problemen zijn. Maar ook niet hoeveel mensen zich dat aantrekken en iets gaan doen.

Het is een soort oefenen in de kunst van niet moedeloos worden. Want moedeloos leidt tot hulpeloos tot apathie.

Waar haal jij je hoop vandaan en wat moeten we doen om de hoop vast te houden? Die vraag krijg ik steeds vaker en het lijkt met de week prangender te worden.

Er is geen standaard antwoord. Maar er zijn wel dingen waarvan ik geleerd heb dat ze helpen.

1. Kijk naar wat er wél gebeurt. Al die mensen die gaan doen.Waar dan ook, hoe dan ook. Het zijn er echt zo ontzettend veel!

2. Draag financieel bij aan initiatieven op plekken waar nu nood is. Nu is het moment. Geef aan de laatste clubs in Gaza, geef aan organisaties die menselijkheid proberen te bewaren in de hel langs de randen van Europa, steun het kleine buurt initiatief dat mensen helpt die door niemand worden gezien.etc. En vertrouw ze.

3. Verdrink niet in uitzoomen naar grote onoplosbare systemische problemen waarvan je het gevoel hebt dat je er niks aan kan doen. Kijk naar nu, nu kun je iets doen, heel klein of misschien toch groot. Het mag in kleine stappen. Dat is altijd meer dan niets.

4. Laat je informeren. Ook als je het nieuws niet meer aan kunt zien. Al is het maar op één onderwerp dat het dichtst aan je hart ligt.

5. Sluit je aan bij de mensen die al iets doen. Dat voelt veel minder alleen. Er zijn zoveel mensen die al begonnen zijn, overal zijn mensen nodig. Zelfs als je weinig tijd hebt, er is altijd wel iets dat je kunt doen

6. Teken petities, loop morgen mee met de Rode lijn in Den Haag en volgende week met de Straat op! in Amsterdam. En al verandert het niet morgen de toestand in de wereld, het verandert wel je moed en je hoop, je bent niet alleen en we laten mensen zien dat het ons wel degelijk kan schelen. Morele steun is soms nog belangrijker dan financiele. Bij beide demonstraties zijn mensen van Haella, wil je niet in je uppie lopen, laat even weten dan maken we een verzamelpunt.

7. Zorg voor elkaar en voor jezelf. Deel je verdriet en frustratie en deel je hoop. Telkens weer. Je bent niet alleen, echt niet.

vluchtelingenhelpers lesbos

De Kracht van Vriendelijkheid in een Verdeelde Wereld

Be kind.

Het bijzondere aan een sabbatical op Lesbos is dat het twee kanten heeft. Het leven op een eiland waar geen haast is, eenvoudig, de mensen vriendelijk. Het is vallen in een warm bad en bewegen van niemand kennen naar een kring van mensen die oprecht aardig zijn. Een weten dat je elkaar nodig hebt en/of aardig vindt dat niet bepaald wordt door allemaal agenda’s. Het is voor mij nu op mijn balkon zitten, het is eigenlijk net te koud, maar het is zo mooi en de zon is wel warm.

Er slaat een klok, er blaffen honden, katten zitten elkaar achterna, en hier en daar een brommertje. En dat adembenemende uitzicht. De boze buitenwereld van Trump en Musk, van een kiezen voor eigen land eerst, het lijkt allemaal ver weg.

Tegelijk is het dichterbij dan ooit. Op 4 kilometer afstand zitten 3500 mensen in een kamp. De afgelopen dagen was het daar niet te harden zo koud afgezien van alle andere problemen. Deels zichtbaar, deels onzichtbaar. Wanhoop die zich vertaalt in proberen zaken op te eisen, maar dat werkt niet. Zelfmutilatie. Verdriet. En daarnaast die mensen die proberen te helpen. Steeds meer realiseer ik me dat wat ze als doelstelling hebben net zo noodzakelijk is als dat wat misschien niet in de doelstelling staat maar ze wel doen. Be kind.

Ik heb het nu zo vaak zien gebeuren, mensen die gespannen naar de Fenix container komen en dan ontspannen lachen als ze vetrekken. Niet omdat ze dan opeens papieren en een paspooort hebben, maar omdat ze beter weten wat ze moeten doen en omdat er oprechte aandacht was.

In Nederland zijn veel mensen bang voor wat er in de wereld gebeurt. “Waar gaan we heen. Het gaat fout. Ik kan niets doen.” Ik krijg veel van dat soort reacties.

Ik denk dat we allemaal één ding kunnen, nee zelfs moeten : be kind. Zorg voor wie op je pad komt. Er komt er niemand, ga dan op zoek. Er zijn zoveel manieren om dat te doen.

Het verspreiden van vriendelijkheid is niet alleen goed voor de ander maar ook voor jezelf. Het is niet alleen goed voor die ene, maar ook voor de samenleving. Het is het antwoord op eigenbelang en egoisme, zelfs als die verpakt is in een soort niet onderbouwd algemeen belang,

Be kind.

Doe wat goed is vandaag op de manier die jou past.

We zijn geneigd de maatschappij op te delen in problemen van doelgroepen. Te abstaheren en te meten. Maar wat we nu allemaal het hardst nodig hebben is het gevoel dat we samen verspreiden waar we voor staan.

Be kind.

Kijk voorbij je eigen angst en zie wat er dan gebeurt. Hoe op het eerste gezicht boze mensen naar je lachen, die zweem van opluchting, die lachrimpels, die eerst wat onzeker maar dan toch ontstaan. Alleen dan hebben we een weerwoord op dat alles wat ons angst aanjaagt. Dan voeden we de tegenstroom die niet gestopt kan worden..

Be kind.

zonsondergang

Leven en Wachten in het Kamp op Lesbos

De eerste keer dat ik op Lesbos was, vorig jaar april, was ik me, waar ik ook was op het eiland, de hele tijd bewust van het kamp, het onrecht, de problemen.

Het voelde eigenlijk heel ongemakkelijk/verdrietig, een probleem op wereldschaal weggestopt aan de rand van een eiland. Een soort knagend gevoel ik mag het hier niet leuk hebben, ook buiten het kamp. Mag ik hier eigenlijk wel zijn of doe ik aan een soort gruwel toerisme?

En lopen door het kamp was vooral een confrontatie met mijn eigen onmacht en boosheid.

Als je ergens langer bent gaan beelden kantelen. Onmacht en boosheid blijven, en dat is bij vlagen akelig en confronterend.
Tegelijk voelt het kamp iedere dag meer als een microkosmos met zijn eigen ritme van  verschillende groepen mensen.  Met een groeiende groep bekende gezichten.  De mensen van Fenix, de vertalers, de mensen uit het kamp waarvan sommigen iedere dag langskomen met hun vragen en zorgen of soms gewoon voor een praatje. Je leert namen kennen, hoopt op goede uitkomsten.  Het wordt van iets groots en ongrijpbaars tot de werkelijkheid van mensen met naam en gezicht.

De Syriërs die eindeloos moeten wachten omdat alle procedures voor mensen uit Syrië zijn stilgelegd. De jongeren zonder begeleiding wiens procedure best ingewikkeld is. Mensen die eindeloos moeten wachten op een beslissing, en daarna op reispapieren en die zo graag weg willen. En die meneer in alleen zijn trui terwijl er nog steeds een ijzig koude wind waait.

Als we om 9 uur arriveren is hij er al met zijn dochtertje. Hij heeft weer een mail gekregen dat het nog even duurt en als hij binnen 15 dagen niks gehoord heeft hij nog maar eens moet mailen. Hij is er verdrietig van.

Maar dan, vlak voor we vertrekken,  gaat Arons telefoon. De positieve beslissing is er! Voor het hele gezin.

Nu begint het wachten op papieren en reisdocumenten. Zonder die laatste mogen ze zelfs het eiland niet af. En wat dan? Maar iedereen is blij. Eerste horde genomen.

Het kamp, alle kampen zijn nog steeds een schande, de gruwelijke wind van haat is nog steeds verschrikkelijk, en ik denk diep na wat en hoe ik, wij, nu kunnen doen om dat tij te keren.

Het antwoord ligt, denk ik, ergens in de verhalen van al deze mensen. Het gezicht geven, en namen. Het is alleen nog even zoeken hoe.

Een muur met graffiti op Lesbos
strand op lesbos
Lesbos Elise met Laptop

Schrijven over Lesbos

Schrijven over de situatie hier op Lesbos doe ik met passie. Begaan met mensen, onder de indruk van de organisaties, boos over internationaal beleid dat met de dag grimmiger wordt. En ik schrijf makkelijk. Dat beschouw ik als een cadeau. Maar schrijven over hier kent ook uitdagingen. Ik schrijf op wat ik zie, leg mijn eigen perspectief ernaast en hoop de lezers iets te geven waar ze wat aan hebben en/of aan te zetten tot iets wat nodig is.

Tegelijk zit een schrijver altijd ergens gevangen in zijn/haar eigen kader én in de beperkingen die de werkelijkheid oplegt.
Ik kan niet alles opschrijven wat ik wil om mensen en organisaties niet in gevaar te brengen. Zo ook met foto’s. Als ik door het kamp loop zie ik zoveel dingen die in één plaatje meer zeggen dan in 5 regels, maar foto’s maken mag niet. Zo’n isobox met 8 mensen erin, heel donker en met allemaal schoenen en slippers voor de deur die laten zien hoeveel mensen er zitten. Deze zin beschrijft het, één foto geeft het kleur.

Hoe ga je om met verhalen van mensen? Ik geloof dat er niets is dat duidelijker kan maken dan een verhaal (op papier, film, foto’s) over waar het hier om gaat: waarom gaan mensen uit hun land weg, de ontberingen onderweg, aankomen in Turkije, zich daar niet veilig voelen, oversteken per boot, hier arriveren en dan Europa in waar je Griekse verblijfsvergunning niet geldt en het proces opnieuw begint. Maar elk verhaal is het bezit van iemand. En het moet nooit voelen dat er een soort transactie is tussen geholpen worden en je verhaal op laten tekenen voor een organisatie die er bijvoorbeeld fondsen mee gaat werven. En tegelijk hebben de organisaties hier domweg geld nodig.

Wat zeg je over mensen hier? De vluchteling bestaat niet. Maar in deze dagen kan elke zin worden misbruikt in het framework van haat. Ja er is geweld in het kamp. En op iedere plek waar zoveel mensen gestresst bij elkaar zitten gebeurt dat. Maar het is net als met de berichtgeving over wat andere onderwerpen in de krant, bijv aanslagen door een eenling. Wordt dat door iemand gedaan met een moslim achtergrond, dan is hij een terrorist en dat is een cadeau voor aanhangers van negatieve gedachten over moslims, wordt het gedaan door een niet moslim, dan is het een zielige man met mentale problemen. Het is niet alleen wat je schrijft maar ook hoe, welke woorden gebruik je. Welke woorden gebruik ik. Hoe vang ik de werkelijkheid zonder ongewild beelden te voeden.

Wat komt er in je op bij het woord vluchteling? En wat als je weet dat iemand vluchteling is geweest. Ik zat gisteren in een taverne bij 5 vrijwilligers, allemaal net zo oud als mijn eigen jongens. Een van hen was vluchteling geweest. Maar ik zat gewoon met 5 leuke jonge mensen te praten, te lachen, af en toe heel serieus, soms ik een beetje moederlijk, soms zij beetje zorgzaam, altijd leuk.

Een aantal tolken van Fenix woont ook in het kamp, wachten op het antwoord in hun procedure. Er staat niet op hun voorhoofd vluchteling. En er staat al helemaal niet zielig. Gewoon aardige jongens.

Maar natuurlijk is niet altijd iedereen aardig. Maar dat is in Nederland ook niet. Maar als ik schrijf over een niet aardige of boze vluchtelingen past dat naadloos in narratief dat van elke nuance gespeend is. Het is dus zoeken naar woorden. Mijn verhalen zijn subjectief, ze worden wel door aantal mensen gelezen voor ik ze publiceer en die zijn er erg blij mee. Dat vind ik erg fijn.

De zon schrijnt uitbundig, het staat een ijzig koude wind, en als bij elke reis is er veel om over na te denken. Worden beelden bevestigd en uitgedaagd. Blijft het een zoektocht naar zie ik mensen echt als mens zoals ik steeds roep dat we moeten doen, of heb ik nog steeds stereotypen in mezelf te overwinnen. Ik denk dat dat ook nooit overgaat. Maar ik doe mijn best.