Getuige van wanhoop: leven aan de randen van Europa

Ik wil dit eigenlijk helemaal niet zeggen. Ik wil het niet denken en ik wil het niet voelen. Maar hoe vaker we hier of in Calais of Duinkerken komen hoe dieper het zwarte gat van de wanhoop van zovelen lijkt te worden.

We rijden langs het kamp op Chios. Foto’s maken mag niet. Het is een ouder kamp dat is omgebouwd tot een gesloten kamp. Ligt twee tot drie uur lopen van Chios stad. We mogen er niet in. Wie van de Ngo’s het probeert krijgt nul op rekest.

We praten met een van de weinige NGO’ hier. Ze doen aan voedsel distributie. Donaties en inkoop. Een van de vrijwilligers woont in het kamp. Zijn verhaal is verschrikkelijk maar schrijf ik hier niet op. Daarna hebben we het over de grote hoeveelheid mensen met psychische problemen. En het totale gebrek aan opvang daarvoor.

Stel je voor: je komt uit een oorlog. Je begint aan een vreselijke tocht, wordt onderweg mishandeld of verkracht of opgepakt, uiteindelijk waag je je leven op een boot en als je aankomt zit je eerst opgesloten in een kamp en daarna begint het wachten. Terwijl de beelden door je hoofd spoken en je s nachts huilend wakker wordt. Uitzichtloosheid en trauma is een dodelijke cocktail. De verhalen over zelfmoord volgen elkaar op.

Wanneer er in Nederland gepraat wordt over vluchtelingen die allemaal crimineel zijn, die je moet weren aan de grens, zonder enige compassie tekenen we in feite doodvonissen, niet alleen doordat we mensen laten verdrinken of dankzij schimmige deals met dictators overleveren aan geweld, maar ook door mensen letterlijk te laten stikken in hun wanhoop.

Nee niet iedereen, niet elke vluchteling, de kracht van mensen om te overleven blijkt ook eindeloos groot. Maar elk mens dat verdrinkt in uitzichtloosheid, wanhoop en nachtmerries, echt dat is er één teveel.

Ik heb het vaker gezegd, ik weet hoe dat voelt, maar er stond een rij mensen klaar om me te helpen. Ik weet niet, of eigenlijk wel wat er gebeurd was als dat niet zo was geweest.

Oneindig dapper zijn ze, de mensen die hier dag en nacht werken. En zolang er niets verandert aan de gure wind die door Europa waait, moeten deze dappere mensen echt veel meer ondersteuning krijgen, financieel en moreel.

Ruhi Loren Akhtar Refugee Biriyani & Bananas
Lianne Engelkes

autobanden op Lesbos

Levels of Horribility: Het Onvergelijkbare Vergelijken

Toen ik, in de tijd dat Joseph Kony nog huishield in Noord Oeganda, daar partners bezocht samen met twee Oegandese collega’s verzonnen we de term: levels of horribility. Dat woord bestaat natuurlijk helemaal niet, maar we wisten niet hoe we anders de krankzinnigheid moesten duiden van erg, erger, ergst. Als je een volkomen mismaakte vrouw spreekt wiens gezicht deels is afgesneden, hoe zet je dat naast andere ervaringen van anderen. Als je mensen spreekt die vertellen van moeders die hun kind moesten koken, wat dan? Je wil de gruwel vangen in een behapbare concepten of vakjes, zodat je het onbegrijpelijke kan duiden. Maar hoe vergelijk je erg en erger? Hoe duid je wreed en wreder? En kun je dat wel? Het antwoord was nee. Want als je dat doet, doe je altijd mensen te kort.

Als je nadenkt over wat mensen overkomt, over wat mensen elkaar aandoen, dan beweeg je je op een eindeloos lang continuum van ervaringen. En die ervaringen zijn in een context.

Vanmorgen stond ik met Maaike van Fenix op een van de plekken waar veel mensen aangekomen zijn op Lesbos. Het stormde hard en was ijzig koud. Autobanden en zwembandjes zijn de stille getuigen van bootjes die arriveerden op deze steile hellingen. Waar mensen eerst door organisaties konden worden opgevangen, maar waar nu vervolging dreigt als je dat als NGO doet. In december kwamen er 2000 mensen aan. In januari 175. Er wordt uitgeweken naar andere eilanden, die er niet goed op voorbereid zijn. Maar de routes ernaar toe worden minder goed in de gaten gehouden.
Mensen worden nu opgepikt door de kustwacht (maar er zijn ook zeker pushbacks) en dan naar het kamp gebracht. Hoe duid je zo’n kamp?

Als Calais waar niks is en mensen in bosjes slapen tussen de stront en de troep en die iedere twee dagen totaal zinloos door de Franse politie worden weggemept (betaald door het VK) de hel is. Wat is dit dan? Er zijn ijskoude tenten, te volle donkere huisjes, koud water en een keer per dag  vies eten. Dat is ook de hel. De hel van het wachten, het niks weten van wat je te wachten staat. Het totaal kwijtraken van enige manier om zelf invloed op je leven te hebben.  Van verontmenselijking.

Terwijl ik in mijn kleine gezellige huisje in Mitilini tegen de kachel aankruip, raast de ijskoude storm over het kamp. Dat veegt ook de vragen weg van wat is nou erger? Het is allemaal erg. Het mag allemaal gewoon niet. Met instemming van ons kabinet gebeurt dit. Zeggen boze mensen dat dit allemaal criminelen zijn. 900 kinderen zitten er in het kamp. Op dit moment 3500 mensen in totaal.

Als we naar beneden kijken, naar de woeste zee en de stille getuigen tussen de rotsen van wie hier ooit aankwam, de wetenschap van wie hier wel wilde komen maar de overkant niet haalde.. dat maakt dit tot een ander level van horribility. Dat van het falen van het garanderen van menselijkheid voor iedereen.

Maar die constatering alleen is niet genoeg. De vraag blijft: wat doen wij?