Category: Persoonlijke Reflecties

lesbos

Vertrouwen als begin en eindpunt

De twee meest gestelde vragen/opmerkingen als ik op reis ga om partners en projecten te bezoeken zijn deze: Ga je ze evalueren/controleren? en Oh wat dapper, dat is toch heel moeilijk door die landen reizen en de ellende zien?

De antwoorden zijn: nee, nee en ja.

Haella werkt op basis van één stevig fundament: vertrouwen. Ik hoef geen theory of change of vijf jaren plan, ik heb een hekel aan het woord impact of, nog erger, impact indicator. Ik geloof in mensen die een probleem zien, daar goed naar kijken en dan aan de slag gaan. En in situaties als hier aan de grenzen (maar ook elders) moet je ze niet lastig vallen met vragen om detail plannen en geld alleen geven voor activiteit x of iets dergelijks. De situatie verandert namelijk iedere dag. Wat we dus doen is gewoon geld geven omdat we geloven in wat mensen doen. Wat we hier doen is dan ook vooral kijken, luisteren, vragen en met veel verschillende mensen praten om daarna uit te zoomen naar de vraag: wat betekent dat dan voor Haella? Wat kunnen wij nog meer doen om gaten te dichten, de wereld te vertellen wat hier gebeurt en de mensen die in de organisaties werken een hart onder de riem te steken. Een project wordt er niet beter van als ik grote rapportages vraag. Integendeel bureaucratie heeft al menig goed plan de nek omgedraaid. Wij proberen echt partner te zijn. Vertrouwen als begin en eindpunt.

Reizen is niet moeilijk als je je maar voorbereidt dat het altijd anders loopt. We zitten hier al dagen in een vliegende storm. We zouden met de boot naar Chios en dan naar Samos, maar die was uit de vaart gehaald. Toen toch maar vliegen naar Samos, wat een erg griezelig avontuur bleek te zijn, met zijwind landen bij storm.. dat ging wat je noemt niet zachtzinnig. Lianne en ik hielden elkaar wel even vast.

Ellende zien, dat raakt altijd. Zeker deze aan de randen van Europa. Het hoeft allemaal niet zo, nee het moet niet zo, sterker nog: het mag niet zo, maar gebeurt toch. Het is ook een reis langs prikkeldraad, politie, militaire gronden, mensen in organisaties ontmoeten die zo veel moed hebben en soms ook zo moe zijn. Die hoop brengen, maar het soms uit hun tenen moeten trekken. Mensen spreken wie zoveel overkomen is, die onder een lach loodzwaar verdriet mee torsen.
Dat betekent luisteren, doorvoelen, soms tranen en dan met nog meer overtuiging verder gaan. En weten: er is een enorme groep van mensen die het echt wat kan schelen. Daar willen we bij zijn, die willen we ondersteunen, samen de wereld laten weten dat dit echt onaanvaardbaar is en dat het anders kan. Eigenlijk is het gewoon zo simpel.

En wil je meedoen? Wees meer dan welkom.

Lesbos

Vier weken op Lesbos

De wind is gaan liggen. De zon schijnt. Om 9 uur vertrekken we vanuit Mitilini naar het kamp een paar kilometer verderop. Als we binnenkomen melden we ons bij de Griekse politie. Naam, organisatie, tijd. En dan lopen we naar de container (alle NGO’s in het kamp hebben een of meerdere containers). Veel mensen zeggen gedag, veel kinderen zijn druk aan het spelen, met takken of stenen of niks. Een meisje poetst haar tanden bij de kranen op knie hoogte en zwaait alsof haar leven er vanaf hangt.

Na aankomst gaan Aron en ik op outreach. (Aankloppen bij mensen die op de lijst van pas aangekomenen staan om ze uit te nodigen voor de informatie sessie) Als er geen vertaler beschikbaar is verloopt de communicatie met behulp van een vertaal programma op de telefoon. Het is wat stroef maar niemand doet daar moeilijk over. De uitnodiging voor de info sessie over de procedure, de onzekerheid van mensen uit Syrie die maar niet weten wanneer er weer besluiten worden genomen, vragen over beroepsprocedures en het wachten op reisdocumenten, het komt allemaal langs. En steeds weer na het gesprek een vriendelijke lach. Er is connectie gemaakt, en dat merk je, heel veel mensen kennen de mensen van Fenix. Er wordt gelachen, gedag gezegd en even gevraagd hoe het gaat.

Als we terugkomen bij de container is er een meneer die duidelijk niet blij is. Het duurt te lang, hij kan niks doen. Een jongen komt langs die nog steeds geen reispapieren heeft, maar zijn vrienden allemaal al lang wel. De meesten zitten inmiddels in Athene. Marina loopt met hem mee naar de paspoort office, die ook in het kamp zit. Een andere meneer is duidelijk zenuwachtig. Zijn vrouw komt uit Sudan, voor mensen uit Sudan gaat de procedure snel. Hij komt uit een ander land, hij hoort maar niks. Ik typ een mailtje in het Engels voor hem voor de asielcommissie met de vraag om informatie. Iedere keer als eigenlijk de sessie afgelopen zou zijn komen er mensen met nog nieuwe vragen. De mensen van Fenix helpen iedereen met engelen geduld. Aan de officiele besluiten zelf kan Fenix niets doen, maar ze zorgen er wel voor dat mensen zo goed mogelijk voorbereid zijn, dat ze weten wat ze moeten doen bij het gesprek én wat ze moeten regelen als hun aanvraag wordt afgewezen. Fenix biedt ook een soort presentieplek voor de mensen die wachten. Een kop thee, koekje, aandacht, het helpt een beetje bij dat verschrikkelijke wachten.

Ik ben een paar ochtenden in de week manusje van alles. Theezetten, mailtjes typen, boodschappen doen en vooral luisteren. Ik ben hier niet aan het werk. Ik bemoei me ook niet met het beleid van Fenix. Ik ben hier op sabbatical en vrijwillig daar bij. Waar ik veel van leer. En daarnaast doe ik heel weinig. Waar ik ook veel van leer. En ik kan dingen als schrijven en nieuwe plannen verzinnen niet laten. Na vier weken lijkt Nederland heel ver weg. Dit is een soort wereld op zichzelf. Met de eigen traagheid en vriendelijkheid van een eiland waar ik.

..inmiddels Litza van het koffiezaakje vlak bij iedere dag even spreek en haar probeer af te leren mij kaneelkoekjes te geven.  En waar de mevrouw uit Somalie op krukken die me vraagt om een buskaartje vanuit het centrum van Mitilini naar het kamp vriendelijk lacht en ik een kaartje ga kopen. Geen gedoe over moet je dat wel doen? Nee, gewoon doen.

Ik krijg veel berichten dat mensen me moedig vinden om hier te zijn. Dat is niet zo Ik ben hier om na te denken, om inspiratie op te doen, en die dingen te doen die ik toch  blijk niet kunnen laten: schrijven, luisteren, leren, verzinnen. Dat is een voorrecht.

De mensen met moed dat zijn de mensen in het kamp. Die besloten huis en haard te verlaten. Met vreselijke vluchtverhalen. Die hier met hun kinderen zitten omdat een gevaarlijke oversteek over zee en aankomen in een kamp waar veel te weinig ruimte is te verkiezen was boven blijven. Zij zijn de dapperen, de mensen vol hoop, met in hun ogen het licht van vooruitkijken of de donkerte van dat niet meer kunnen. Organisaties als Fenix maken het verschil. Dat zie ik iedere dag weer.

Wil je bijdragen? Overmaken kan naar
NL40ABNA0138983186

T.n.v. Haella Stichting
ovv van:
Randen van Europa

Leven en Wachten in het Kamp op Lesbos

De eerste keer dat ik op Lesbos was, vorig jaar april, was ik me, waar ik ook was op het eiland, de hele tijd bewust van het kamp, het onrecht, de problemen.

Het voelde eigenlijk heel ongemakkelijk/verdrietig, een probleem op wereldschaal weggestopt aan de rand van een eiland. Een soort knagend gevoel ik mag het hier niet leuk hebben, ook buiten het kamp. Mag ik hier eigenlijk wel zijn of doe ik aan een soort gruwel toerisme?

En lopen door het kamp was vooral een confrontatie met mijn eigen onmacht en boosheid.

Als je ergens langer bent gaan beelden kantelen. Onmacht en boosheid blijven, en dat is bij vlagen akelig en confronterend.
Tegelijk voelt het kamp iedere dag meer als een microkosmos met zijn eigen ritme van  verschillende groepen mensen.  Met een groeiende groep bekende gezichten.  De mensen van Fenix, de vertalers, de mensen uit het kamp waarvan sommigen iedere dag langskomen met hun vragen en zorgen of soms gewoon voor een praatje. Je leert namen kennen, hoopt op goede uitkomsten.  Het wordt van iets groots en ongrijpbaars tot de werkelijkheid van mensen met naam en gezicht.

De Syriërs die eindeloos moeten wachten omdat alle procedures voor mensen uit Syrië zijn stilgelegd. De jongeren zonder begeleiding wiens procedure best ingewikkeld is. Mensen die eindeloos moeten wachten op een beslissing, en daarna op reispapieren en die zo graag weg willen. En die meneer in alleen zijn trui terwijl er nog steeds een ijzig koude wind waait.

Als we om 9 uur arriveren is hij er al met zijn dochtertje. Hij heeft weer een mail gekregen dat het nog even duurt en als hij binnen 15 dagen niks gehoord heeft hij nog maar eens moet mailen. Hij is er verdrietig van.

Maar dan, vlak voor we vertrekken,  gaat Arons telefoon. De positieve beslissing is er! Voor het hele gezin.

Nu begint het wachten op papieren en reisdocumenten. Zonder die laatste mogen ze zelfs het eiland niet af. En wat dan? Maar iedereen is blij. Eerste horde genomen.

Het kamp, alle kampen zijn nog steeds een schande, de gruwelijke wind van haat is nog steeds verschrikkelijk, en ik denk diep na wat en hoe ik, wij, nu kunnen doen om dat tij te keren.

Het antwoord ligt, denk ik, ergens in de verhalen van al deze mensen. Het gezicht geven, en namen. Het is alleen nog even zoeken hoe.

Een muur met graffiti op Lesbos
strand op lesbos
Lesbos Elise met Laptop

Schrijven over Lesbos

Schrijven over de situatie hier op Lesbos doe ik met passie. Begaan met mensen, onder de indruk van de organisaties, boos over internationaal beleid dat met de dag grimmiger wordt. En ik schrijf makkelijk. Dat beschouw ik als een cadeau. Maar schrijven over hier kent ook uitdagingen. Ik schrijf op wat ik zie, leg mijn eigen perspectief ernaast en hoop de lezers iets te geven waar ze wat aan hebben en/of aan te zetten tot iets wat nodig is.

Tegelijk zit een schrijver altijd ergens gevangen in zijn/haar eigen kader én in de beperkingen die de werkelijkheid oplegt.
Ik kan niet alles opschrijven wat ik wil om mensen en organisaties niet in gevaar te brengen. Zo ook met foto’s. Als ik door het kamp loop zie ik zoveel dingen die in één plaatje meer zeggen dan in 5 regels, maar foto’s maken mag niet. Zo’n isobox met 8 mensen erin, heel donker en met allemaal schoenen en slippers voor de deur die laten zien hoeveel mensen er zitten. Deze zin beschrijft het, één foto geeft het kleur.

Hoe ga je om met verhalen van mensen? Ik geloof dat er niets is dat duidelijker kan maken dan een verhaal (op papier, film, foto’s) over waar het hier om gaat: waarom gaan mensen uit hun land weg, de ontberingen onderweg, aankomen in Turkije, zich daar niet veilig voelen, oversteken per boot, hier arriveren en dan Europa in waar je Griekse verblijfsvergunning niet geldt en het proces opnieuw begint. Maar elk verhaal is het bezit van iemand. En het moet nooit voelen dat er een soort transactie is tussen geholpen worden en je verhaal op laten tekenen voor een organisatie die er bijvoorbeeld fondsen mee gaat werven. En tegelijk hebben de organisaties hier domweg geld nodig.

Wat zeg je over mensen hier? De vluchteling bestaat niet. Maar in deze dagen kan elke zin worden misbruikt in het framework van haat. Ja er is geweld in het kamp. En op iedere plek waar zoveel mensen gestresst bij elkaar zitten gebeurt dat. Maar het is net als met de berichtgeving over wat andere onderwerpen in de krant, bijv aanslagen door een eenling. Wordt dat door iemand gedaan met een moslim achtergrond, dan is hij een terrorist en dat is een cadeau voor aanhangers van negatieve gedachten over moslims, wordt het gedaan door een niet moslim, dan is het een zielige man met mentale problemen. Het is niet alleen wat je schrijft maar ook hoe, welke woorden gebruik je. Welke woorden gebruik ik. Hoe vang ik de werkelijkheid zonder ongewild beelden te voeden.

Wat komt er in je op bij het woord vluchteling? En wat als je weet dat iemand vluchteling is geweest. Ik zat gisteren in een taverne bij 5 vrijwilligers, allemaal net zo oud als mijn eigen jongens. Een van hen was vluchteling geweest. Maar ik zat gewoon met 5 leuke jonge mensen te praten, te lachen, af en toe heel serieus, soms ik een beetje moederlijk, soms zij beetje zorgzaam, altijd leuk.

Een aantal tolken van Fenix woont ook in het kamp, wachten op het antwoord in hun procedure. Er staat niet op hun voorhoofd vluchteling. En er staat al helemaal niet zielig. Gewoon aardige jongens.

Maar natuurlijk is niet altijd iedereen aardig. Maar dat is in Nederland ook niet. Maar als ik schrijf over een niet aardige of boze vluchtelingen past dat naadloos in narratief dat van elke nuance gespeend is. Het is dus zoeken naar woorden. Mijn verhalen zijn subjectief, ze worden wel door aantal mensen gelezen voor ik ze publiceer en die zijn er erg blij mee. Dat vind ik erg fijn.

De zon schrijnt uitbundig, het staat een ijzig koude wind, en als bij elke reis is er veel om over na te denken. Worden beelden bevestigd en uitgedaagd. Blijft het een zoektocht naar zie ik mensen echt als mens zoals ik steeds roep dat we moeten doen, of heb ik nog steeds stereotypen in mezelf te overwinnen. Ik denk dat dat ook nooit overgaat. Maar ik doe mijn best.