dwarsliggers

Dwarsliggers werd er stil van….

Elise Kant, directeur van Haella kwam op bezoek.

Uitgesproken en begeesterd, een handen-uit-de-mouwen-steker.

Tijdens een sabbatical op Lesbos zag zij nieuw elan bij jonge vrijwilligers die haar moed gaf. De in de filantropie veel gebruikte Theory of Change kan wat haar betreft bij het grofvuil want mislukken mag bij projectfinanciering.

De overheid heeft zij niet nodig voor haar plannen. Sterker nog, toen die wilden meezeilen op het succes van het kleine armoedefonds stuurde ze die het bos in.

Ze werd uitgeroepen tot de meest invloedrijke professional in de Nederlandse filantropie. Luister en begrijp waarom….

https://app.springcast.fm/20328/22-elise-kant

munir

De ongeziene strijd en de kracht van kleine daden

De rode draad in de gesprekken van de afgelopen dagen is het ongezien blijven van problemen. Munir vertelt over Sudan, waar hij vandaan komt en waar hij met hulp van vrienden en familie een grassroots organisatie is gestart die hulp biedt aan mensen in Noord Dafur. Hij werkt nu hier in het kamp als coordinator bij een NGO. Ooit kwam hij als vluchteling aan. “Ik heb me altijd publiekelijk uitgesproken, daarom moest ik vluchten. En hoewel ik op mijn zesde , bij het begin van de burgeroorlog, zag hoe voor mijn ogen mensen werden vermoord en vrouwen werden verkracht, en hoe ik altijd door mijn afkomst heb gevoeld als minderwaardig te worden gezien, toch bloedt mijn hart voor de mensen in Sudan, en zeker in Darfur. Meer dan 20 miljoen mensen in kampen. Ik ben nu hier, kan niet terug, maar wil wel iets doen daar. Noodhulp, maar vooral mensen, vrouwen vooral, de kans geven een vak te leren.”

De noodzaak om mensen een vak te leren wordt hier vaak genoemd. Diverse initiatieven zijn ontplooid, maar lang niet genoeg. De situatie wordt ook steeds ingewikkelder. Waar Lesbos vooral wordt gezien als een grenslocatie waar mensen van weg moeten, is de vraag waarheen dan? steeds moeilijker te beantwoorden.

Het beleid gericht op het uit alle macht weren van vluchtelingen is niet alleen moreel verwerpelijk het is ook niet slim. Net zoals in Nederland is ook hier behoefte aan mensen die kunnen werken. Hier op het eiland in de horeca, en de olijfteelt. Maar met een overheid die op het vlak van training niks onderneemt en de organisaties hier die steeds moeilijker aan geld komen, is dat moeilijk. Maar, ideeen zijn er genoeg! Van barista opleidingen tot de artiest wakker maken in grote en kleine mensen.

Maar er gebeuren ook minder fraaie zaken. Vluchtelingen die worden ingehuurd om tegen een schandalig klein bedrag mee te bouwen aan het nieuwe kamp. Door een inmiddels afgetreden minister is dat kamp overig als detentie kamp aangeduid. Wanneer het open gaat, wat het nu precies is, niemand die het weet, het ligt ver van de bewoonde wereld en welke consequenties het heeft voor de NGO’s die nu in het kamp werken ook niet.

Wat ik hier zie, hoor, meemaak, sterkt me eens te meer in de gedachte dat we niet bij de pakken neer moet zitten om Trump. Vance, Musk, Faber, Wilders, Klever, om uitspraken en wanbeleid. Het is aan ons om op welke manier dan ook een tegengeluid te laten horen. Net als Munir, en net als zoveel mensen hier en overal ter wereld. Remco Campert zei dat toch mooi:

Verzet begint niet met grote woorden
Verzet begint niet met grote woorden
maar met kleine daden

zoals storm met zacht geritsel in de tuin
of de kat die de kolder in zijn kop krijgt

zoals brede rivieren
met een kleine bron
verscholen in het woud

zoals een vuurzee
met dezelfde lucifer
die een sigaret aansteekt

zoals liefde met een blik
een aanraking iets wat je opvalt in een stem

jezelf een vraag stellen
daarmee begint verzet

en dan die vraag aan een ander stellen.

Munir Bassi

Nour

De Tranen van Nour en de realiteit van oorlog

Ik was een soort optimistisch stuk aan het schrijven voor LinkedIn, toen Nour binnenkwam. De stoerste vent van Mitilini en het kamp, half Syrisch/ half Oekraïens, lieveling van alle vrijwilligers. Hij ging naast me zitten en barstte in tranen uit. Over het geweld nu in Syrië, waar zijn familie zit, en de soort van begrafenissen die nu in het kamp worden georganiseerd om mensen die overleden zijn in deze uitbarsting van geweld te gedenken. Als een klein jongetje heb ik hem getroost, voor zover dat kan dan. Mevrouw Faber heeft toch echt geen idee.

Nour Daher

vluchtelingenhelpers lesbos

De Kracht van Vriendelijkheid in een Verdeelde Wereld

Be kind.

Het bijzondere aan een sabbatical op Lesbos is dat het twee kanten heeft. Het leven op een eiland waar geen haast is, eenvoudig, de mensen vriendelijk. Het is vallen in een warm bad en bewegen van niemand kennen naar een kring van mensen die oprecht aardig zijn. Een weten dat je elkaar nodig hebt en/of aardig vindt dat niet bepaald wordt door allemaal agenda’s. Het is voor mij nu op mijn balkon zitten, het is eigenlijk net te koud, maar het is zo mooi en de zon is wel warm.

Er slaat een klok, er blaffen honden, katten zitten elkaar achterna, en hier en daar een brommertje. En dat adembenemende uitzicht. De boze buitenwereld van Trump en Musk, van een kiezen voor eigen land eerst, het lijkt allemaal ver weg.

Tegelijk is het dichterbij dan ooit. Op 4 kilometer afstand zitten 3500 mensen in een kamp. De afgelopen dagen was het daar niet te harden zo koud afgezien van alle andere problemen. Deels zichtbaar, deels onzichtbaar. Wanhoop die zich vertaalt in proberen zaken op te eisen, maar dat werkt niet. Zelfmutilatie. Verdriet. En daarnaast die mensen die proberen te helpen. Steeds meer realiseer ik me dat wat ze als doelstelling hebben net zo noodzakelijk is als dat wat misschien niet in de doelstelling staat maar ze wel doen. Be kind.

Ik heb het nu zo vaak zien gebeuren, mensen die gespannen naar de Fenix container komen en dan ontspannen lachen als ze vetrekken. Niet omdat ze dan opeens papieren en een paspooort hebben, maar omdat ze beter weten wat ze moeten doen en omdat er oprechte aandacht was.

In Nederland zijn veel mensen bang voor wat er in de wereld gebeurt. “Waar gaan we heen. Het gaat fout. Ik kan niets doen.” Ik krijg veel van dat soort reacties.

Ik denk dat we allemaal één ding kunnen, nee zelfs moeten : be kind. Zorg voor wie op je pad komt. Er komt er niemand, ga dan op zoek. Er zijn zoveel manieren om dat te doen.

Het verspreiden van vriendelijkheid is niet alleen goed voor de ander maar ook voor jezelf. Het is niet alleen goed voor die ene, maar ook voor de samenleving. Het is het antwoord op eigenbelang en egoisme, zelfs als die verpakt is in een soort niet onderbouwd algemeen belang,

Be kind.

Doe wat goed is vandaag op de manier die jou past.

We zijn geneigd de maatschappij op te delen in problemen van doelgroepen. Te abstaheren en te meten. Maar wat we nu allemaal het hardst nodig hebben is het gevoel dat we samen verspreiden waar we voor staan.

Be kind.

Kijk voorbij je eigen angst en zie wat er dan gebeurt. Hoe op het eerste gezicht boze mensen naar je lachen, die zweem van opluchting, die lachrimpels, die eerst wat onzeker maar dan toch ontstaan. Alleen dan hebben we een weerwoord op dat alles wat ons angst aanjaagt. Dan voeden we de tegenstroom die niet gestopt kan worden..

Be kind.

zonsondergang
griekenland

Wachten in Onzekerheid: De Wrede Realiteit voor Syriërs in Griekenland

“Het is wreed” X uit Syrië houdt nog net zijn tranen binnen. Toen ik hem in April vorig jaar sprak, zat hij eindelijk in Athene, na mishandeling in Turkije, teruggeslagen worden uit Bulgarije en twee pogingen om in Griekenland aan te komen. Hij zat eindelijk in de juiste procedure en met zeer grote kans op papieren. Maar nee, procedure fouten vertraagde het proces en nu is de besluitvorming over mensen uit Syrië stil gelegd.

Alle maatregelen die je leest zijn maatregelen die voor mensen verregaande consequenties hebben.  Alle mensen uit Syrië die in de procedure zitten nu vast in dit land, zo ook op Lesbos. Daar mogen ze ook niet van het eiland af. Duitsland wil beginnen met terugsturen van doorgereisde Syriers die Griekenland als land van eerste aankomst hebben. En dan?

Het gaat om deze X en dat alleen reizende jongetje van 5, het gaat om gezinnen die al zoveel hebben meegemaakt. Een enkele zin “besluitvorming uitgesteld” zet het leven van mensen in de wachtstand in een situatie waarvan niemand weet hoe het gaat aflopen.

Ik was dit weekend in Athene, om wat partners te bezoeken en even weg te dromen bij al het moois dat ie stad te bieden heeft. “Hoe is het eigenlijk op Lesbos?” was een wederkerende vraag, en de voorganger van de Anglicaanse kerk waar ik gisteren even was neergestreken met Cees van de Ambassade, nodigde me onmiddellijk uit om een avond te komen vertellen. “We krijgen het eigenlijk allemaal niet meer zo mee”. De kampen op het vaste land liggen ook ver van de bewoonde wereld. 

Ik stuurde een stuk naar Trouw. De reactie was dat het heel boeiend was maar ze vertelden wel genoeg over Griekenland.

En natuurlijk legt een slepend probleem het af tegen oorlogstaal en dreigementen. Alleen die taal geeft juist alle ammunitie, niet alleen om er niet meer over te vertellen, maar ook om de onzichtbaarheid ervan  en van de consequenties te vergroten.

Iedere dag meer realiseer ik me hoeveel we niet weten. En hoe te weinig weten altijd leidt tot slechte plannen, wreed beleid, niet doorzien.

De Nederlandse wetsvoorstellen putten deels uit de Griekse procedures, want Griekenland is het testcase gebied. Maar er zijn in Griekenland ook een paar dingen beter dan in Nederland. Twee maanden na aankomst, of je nou papieren hebt gekregen om nog niet mogen mensen werken. In Nederland niet. In elk Europees land worden strenge maatregelen verzonnen, minister Faber stapelt ze op elkaar en bindt er een strik omheen. En wat de Raad van State ook zegt, het gaat ten onder in Trumpiaanse retoriek.

“Ik kom terug” zeg ik tegen X. Niet dat dat hem ook maar iets helpt overigens. Maar misschien helpt zijn verhaal bij begrijpen wat op het oog simpele maatregelen, doen met een mens. Een jongeman wiens ogen minder hoopvol staan dan 10 maanden terug. Maar die zich er doorheen slaat, omdat hij zich niet neer wil leggen bij een wreed systeem, waarin voor menselijkheid geen plaats is.

Lesbos

Vier weken op Lesbos

De wind is gaan liggen. De zon schijnt. Om 9 uur vertrekken we vanuit Mitilini naar het kamp een paar kilometer verderop. Als we binnenkomen melden we ons bij de Griekse politie. Naam, organisatie, tijd. En dan lopen we naar de container (alle NGO’s in het kamp hebben een of meerdere containers). Veel mensen zeggen gedag, veel kinderen zijn druk aan het spelen, met takken of stenen of niks. Een meisje poetst haar tanden bij de kranen op knie hoogte en zwaait alsof haar leven er vanaf hangt.

Na aankomst gaan Aron en ik op outreach. (Aankloppen bij mensen die op de lijst van pas aangekomenen staan om ze uit te nodigen voor de informatie sessie) Als er geen vertaler beschikbaar is verloopt de communicatie met behulp van een vertaal programma op de telefoon. Het is wat stroef maar niemand doet daar moeilijk over. De uitnodiging voor de info sessie over de procedure, de onzekerheid van mensen uit Syrie die maar niet weten wanneer er weer besluiten worden genomen, vragen over beroepsprocedures en het wachten op reisdocumenten, het komt allemaal langs. En steeds weer na het gesprek een vriendelijke lach. Er is connectie gemaakt, en dat merk je, heel veel mensen kennen de mensen van Fenix. Er wordt gelachen, gedag gezegd en even gevraagd hoe het gaat.

Als we terugkomen bij de container is er een meneer die duidelijk niet blij is. Het duurt te lang, hij kan niks doen. Een jongen komt langs die nog steeds geen reispapieren heeft, maar zijn vrienden allemaal al lang wel. De meesten zitten inmiddels in Athene. Marina loopt met hem mee naar de paspoort office, die ook in het kamp zit. Een andere meneer is duidelijk zenuwachtig. Zijn vrouw komt uit Sudan, voor mensen uit Sudan gaat de procedure snel. Hij komt uit een ander land, hij hoort maar niks. Ik typ een mailtje in het Engels voor hem voor de asielcommissie met de vraag om informatie. Iedere keer als eigenlijk de sessie afgelopen zou zijn komen er mensen met nog nieuwe vragen. De mensen van Fenix helpen iedereen met engelen geduld. Aan de officiele besluiten zelf kan Fenix niets doen, maar ze zorgen er wel voor dat mensen zo goed mogelijk voorbereid zijn, dat ze weten wat ze moeten doen bij het gesprek én wat ze moeten regelen als hun aanvraag wordt afgewezen. Fenix biedt ook een soort presentieplek voor de mensen die wachten. Een kop thee, koekje, aandacht, het helpt een beetje bij dat verschrikkelijke wachten.

Ik ben een paar ochtenden in de week manusje van alles. Theezetten, mailtjes typen, boodschappen doen en vooral luisteren. Ik ben hier niet aan het werk. Ik bemoei me ook niet met het beleid van Fenix. Ik ben hier op sabbatical en vrijwillig daar bij. Waar ik veel van leer. En daarnaast doe ik heel weinig. Waar ik ook veel van leer. En ik kan dingen als schrijven en nieuwe plannen verzinnen niet laten. Na vier weken lijkt Nederland heel ver weg. Dit is een soort wereld op zichzelf. Met de eigen traagheid en vriendelijkheid van een eiland waar ik.

..inmiddels Litza van het koffiezaakje vlak bij iedere dag even spreek en haar probeer af te leren mij kaneelkoekjes te geven.  En waar de mevrouw uit Somalie op krukken die me vraagt om een buskaartje vanuit het centrum van Mitilini naar het kamp vriendelijk lacht en ik een kaartje ga kopen. Geen gedoe over moet je dat wel doen? Nee, gewoon doen.

Ik krijg veel berichten dat mensen me moedig vinden om hier te zijn. Dat is niet zo Ik ben hier om na te denken, om inspiratie op te doen, en die dingen te doen die ik toch  blijk niet kunnen laten: schrijven, luisteren, leren, verzinnen. Dat is een voorrecht.

De mensen met moed dat zijn de mensen in het kamp. Die besloten huis en haard te verlaten. Met vreselijke vluchtverhalen. Die hier met hun kinderen zitten omdat een gevaarlijke oversteek over zee en aankomen in een kamp waar veel te weinig ruimte is te verkiezen was boven blijven. Zij zijn de dapperen, de mensen vol hoop, met in hun ogen het licht van vooruitkijken of de donkerte van dat niet meer kunnen. Organisaties als Fenix maken het verschil. Dat zie ik iedere dag weer.

Wil je bijdragen? Overmaken kan naar
NL40ABNA0138983186

T.n.v. Haella Stichting
ovv van:
Randen van Europa

Leven en Wachten in het Kamp op Lesbos

De eerste keer dat ik op Lesbos was, vorig jaar april, was ik me, waar ik ook was op het eiland, de hele tijd bewust van het kamp, het onrecht, de problemen.

Het voelde eigenlijk heel ongemakkelijk/verdrietig, een probleem op wereldschaal weggestopt aan de rand van een eiland. Een soort knagend gevoel ik mag het hier niet leuk hebben, ook buiten het kamp. Mag ik hier eigenlijk wel zijn of doe ik aan een soort gruwel toerisme?

En lopen door het kamp was vooral een confrontatie met mijn eigen onmacht en boosheid.

Als je ergens langer bent gaan beelden kantelen. Onmacht en boosheid blijven, en dat is bij vlagen akelig en confronterend.
Tegelijk voelt het kamp iedere dag meer als een microkosmos met zijn eigen ritme van  verschillende groepen mensen.  Met een groeiende groep bekende gezichten.  De mensen van Fenix, de vertalers, de mensen uit het kamp waarvan sommigen iedere dag langskomen met hun vragen en zorgen of soms gewoon voor een praatje. Je leert namen kennen, hoopt op goede uitkomsten.  Het wordt van iets groots en ongrijpbaars tot de werkelijkheid van mensen met naam en gezicht.

De Syriërs die eindeloos moeten wachten omdat alle procedures voor mensen uit Syrië zijn stilgelegd. De jongeren zonder begeleiding wiens procedure best ingewikkeld is. Mensen die eindeloos moeten wachten op een beslissing, en daarna op reispapieren en die zo graag weg willen. En die meneer in alleen zijn trui terwijl er nog steeds een ijzig koude wind waait.

Als we om 9 uur arriveren is hij er al met zijn dochtertje. Hij heeft weer een mail gekregen dat het nog even duurt en als hij binnen 15 dagen niks gehoord heeft hij nog maar eens moet mailen. Hij is er verdrietig van.

Maar dan, vlak voor we vertrekken,  gaat Arons telefoon. De positieve beslissing is er! Voor het hele gezin.

Nu begint het wachten op papieren en reisdocumenten. Zonder die laatste mogen ze zelfs het eiland niet af. En wat dan? Maar iedereen is blij. Eerste horde genomen.

Het kamp, alle kampen zijn nog steeds een schande, de gruwelijke wind van haat is nog steeds verschrikkelijk, en ik denk diep na wat en hoe ik, wij, nu kunnen doen om dat tij te keren.

Het antwoord ligt, denk ik, ergens in de verhalen van al deze mensen. Het gezicht geven, en namen. Het is alleen nog even zoeken hoe.

Een muur met graffiti op Lesbos
strand op lesbos
autobanden op Lesbos

Levels of Horribility: Het Onvergelijkbare Vergelijken

Toen ik, in de tijd dat Joseph Kony nog huishield in Noord Oeganda, daar partners bezocht samen met twee Oegandese collega’s verzonnen we de term: levels of horribility. Dat woord bestaat natuurlijk helemaal niet, maar we wisten niet hoe we anders de krankzinnigheid moesten duiden van erg, erger, ergst. Als je een volkomen mismaakte vrouw spreekt wiens gezicht deels is afgesneden, hoe zet je dat naast andere ervaringen van anderen. Als je mensen spreekt die vertellen van moeders die hun kind moesten koken, wat dan? Je wil de gruwel vangen in een behapbare concepten of vakjes, zodat je het onbegrijpelijke kan duiden. Maar hoe vergelijk je erg en erger? Hoe duid je wreed en wreder? En kun je dat wel? Het antwoord was nee. Want als je dat doet, doe je altijd mensen te kort.

Als je nadenkt over wat mensen overkomt, over wat mensen elkaar aandoen, dan beweeg je je op een eindeloos lang continuum van ervaringen. En die ervaringen zijn in een context.

Vanmorgen stond ik met Maaike van Fenix op een van de plekken waar veel mensen aangekomen zijn op Lesbos. Het stormde hard en was ijzig koud. Autobanden en zwembandjes zijn de stille getuigen van bootjes die arriveerden op deze steile hellingen. Waar mensen eerst door organisaties konden worden opgevangen, maar waar nu vervolging dreigt als je dat als NGO doet. In december kwamen er 2000 mensen aan. In januari 175. Er wordt uitgeweken naar andere eilanden, die er niet goed op voorbereid zijn. Maar de routes ernaar toe worden minder goed in de gaten gehouden.
Mensen worden nu opgepikt door de kustwacht (maar er zijn ook zeker pushbacks) en dan naar het kamp gebracht. Hoe duid je zo’n kamp?

Als Calais waar niks is en mensen in bosjes slapen tussen de stront en de troep en die iedere twee dagen totaal zinloos door de Franse politie worden weggemept (betaald door het VK) de hel is. Wat is dit dan? Er zijn ijskoude tenten, te volle donkere huisjes, koud water en een keer per dag  vies eten. Dat is ook de hel. De hel van het wachten, het niks weten van wat je te wachten staat. Het totaal kwijtraken van enige manier om zelf invloed op je leven te hebben.  Van verontmenselijking.

Terwijl ik in mijn kleine gezellige huisje in Mitilini tegen de kachel aankruip, raast de ijskoude storm over het kamp. Dat veegt ook de vragen weg van wat is nou erger? Het is allemaal erg. Het mag allemaal gewoon niet. Met instemming van ons kabinet gebeurt dit. Zeggen boze mensen dat dit allemaal criminelen zijn. 900 kinderen zitten er in het kamp. Op dit moment 3500 mensen in totaal.

Als we naar beneden kijken, naar de woeste zee en de stille getuigen tussen de rotsen van wie hier ooit aankwam, de wetenschap van wie hier wel wilde komen maar de overkant niet haalde.. dat maakt dit tot een ander level van horribility. Dat van het falen van het garanderen van menselijkheid voor iedereen.

Maar die constatering alleen is niet genoeg. De vraag blijft: wat doen wij?

Lesbos Elise met Laptop

Schrijven over Lesbos

Schrijven over de situatie hier op Lesbos doe ik met passie. Begaan met mensen, onder de indruk van de organisaties, boos over internationaal beleid dat met de dag grimmiger wordt. En ik schrijf makkelijk. Dat beschouw ik als een cadeau. Maar schrijven over hier kent ook uitdagingen. Ik schrijf op wat ik zie, leg mijn eigen perspectief ernaast en hoop de lezers iets te geven waar ze wat aan hebben en/of aan te zetten tot iets wat nodig is.

Tegelijk zit een schrijver altijd ergens gevangen in zijn/haar eigen kader én in de beperkingen die de werkelijkheid oplegt.
Ik kan niet alles opschrijven wat ik wil om mensen en organisaties niet in gevaar te brengen. Zo ook met foto’s. Als ik door het kamp loop zie ik zoveel dingen die in één plaatje meer zeggen dan in 5 regels, maar foto’s maken mag niet. Zo’n isobox met 8 mensen erin, heel donker en met allemaal schoenen en slippers voor de deur die laten zien hoeveel mensen er zitten. Deze zin beschrijft het, één foto geeft het kleur.

Hoe ga je om met verhalen van mensen? Ik geloof dat er niets is dat duidelijker kan maken dan een verhaal (op papier, film, foto’s) over waar het hier om gaat: waarom gaan mensen uit hun land weg, de ontberingen onderweg, aankomen in Turkije, zich daar niet veilig voelen, oversteken per boot, hier arriveren en dan Europa in waar je Griekse verblijfsvergunning niet geldt en het proces opnieuw begint. Maar elk verhaal is het bezit van iemand. En het moet nooit voelen dat er een soort transactie is tussen geholpen worden en je verhaal op laten tekenen voor een organisatie die er bijvoorbeeld fondsen mee gaat werven. En tegelijk hebben de organisaties hier domweg geld nodig.

Wat zeg je over mensen hier? De vluchteling bestaat niet. Maar in deze dagen kan elke zin worden misbruikt in het framework van haat. Ja er is geweld in het kamp. En op iedere plek waar zoveel mensen gestresst bij elkaar zitten gebeurt dat. Maar het is net als met de berichtgeving over wat andere onderwerpen in de krant, bijv aanslagen door een eenling. Wordt dat door iemand gedaan met een moslim achtergrond, dan is hij een terrorist en dat is een cadeau voor aanhangers van negatieve gedachten over moslims, wordt het gedaan door een niet moslim, dan is het een zielige man met mentale problemen. Het is niet alleen wat je schrijft maar ook hoe, welke woorden gebruik je. Welke woorden gebruik ik. Hoe vang ik de werkelijkheid zonder ongewild beelden te voeden.

Wat komt er in je op bij het woord vluchteling? En wat als je weet dat iemand vluchteling is geweest. Ik zat gisteren in een taverne bij 5 vrijwilligers, allemaal net zo oud als mijn eigen jongens. Een van hen was vluchteling geweest. Maar ik zat gewoon met 5 leuke jonge mensen te praten, te lachen, af en toe heel serieus, soms ik een beetje moederlijk, soms zij beetje zorgzaam, altijd leuk.

Een aantal tolken van Fenix woont ook in het kamp, wachten op het antwoord in hun procedure. Er staat niet op hun voorhoofd vluchteling. En er staat al helemaal niet zielig. Gewoon aardige jongens.

Maar natuurlijk is niet altijd iedereen aardig. Maar dat is in Nederland ook niet. Maar als ik schrijf over een niet aardige of boze vluchtelingen past dat naadloos in narratief dat van elke nuance gespeend is. Het is dus zoeken naar woorden. Mijn verhalen zijn subjectief, ze worden wel door aantal mensen gelezen voor ik ze publiceer en die zijn er erg blij mee. Dat vind ik erg fijn.

De zon schrijnt uitbundig, het staat een ijzig koude wind, en als bij elke reis is er veel om over na te denken. Worden beelden bevestigd en uitgedaagd. Blijft het een zoektocht naar zie ik mensen echt als mens zoals ik steeds roep dat we moeten doen, of heb ik nog steeds stereotypen in mezelf te overwinnen. Ik denk dat dat ook nooit overgaat. Maar ik doe mijn best.